De kwaliteit van argumenten kán doorslaggevend zijn voor de acceptatie van een standpunt, zo blijkt uit sociaal-wetenschappelijk onderzoek naar het overtuigingsproces. Het is daarbij echter vaak onduidelijk welke eigenschappen ervoor zorgen dat een argument sterk of zwak is. In argumentatietheoretisch onderzoek zijn wel criteria ontwikkeld die bepalend zijn voor de kwaliteit van een argument. Daarom wordt in dit experiment onderzocht hoe taalgebruikers oordelen over de redelijkheid van argumenten die vanuit argumentatietheoretisch perspectief sterk of zwak zouden moeten zijn, en in hoeverre zij door deze argumenten overtuigd worden. De waargenomen redelijkheid en de daadwerkelijke overtuigingskracht van normatief sterke en normatief zwakke argumenten op basis van autoriteit en argumenten ter voorspelling wordt onderzocht. 50 participanten beoordeelden 16 argumentatieve teksten op redelijkheid; 50 andere participanten gaven voor dezelfde 16 argumentatieve teksten aan in hoeverre zij het standpunt accepteerden. De resultaten wijzen uit dat normatief sterke argumenten zowel redelijker gevonden worden als overtuigender zijn dan normatief zwakke argumenten.

Key Words:
Verhalen kunnen invloed hebben op de attitudes en opinies van hun lezers. In dit artikel wordt onderzocht in hoeverre identificatie van lezers met personages daarbij een rol speelt. Identificatie is een combinatie van verschillende verbindingen die lezers met personages kunnen voelen, zoals empathie, sympathie en waargenomen gelijkenis. Er werden twee versies van één verhaal geschreven waarin twee personages met tegengestelde belangen voorkwamen. Het verhaal werd óf vanuit het perspectief van het ene óf vanuit het perspectief van het andere personage verteld. Er werd verwacht dat het perspectief van invloed zou zijn op de identificatie met beide personages en dat de identificatie op haar beurt de acceptatie van de standpunten die door beide personages geďmpliceerd werden, zou beďnvloeden. De versies werden voorgelegd aan twee groepen proefpersonen (N = 60). Uit de resultaten bleek dat de mate van empathie van lezers voor een personage mede afhing van het perspectief van waaruit ze het verhaal hadden gelezen. Ook accepteerden lezers in sterkere mate het standpunt dat geďmpliceerd werd door het personage vanuit wiens perspectief ze het verhaal hadden gelezen. Dit effect werd echter niet gemedieerd door de empathie voor het personage.

Key Words:
Een voor interculturele communicatie relevant verschil tussen culturen is het verschil in communicatieve stijl: de wijze waarop mensen in een bepaalde cultuur de taal gebruiken. Gudykunst en Ting-Toomey (1988) onderscheiden vier dimensies van communicatieve stijl: direct - indirect, instrumenteel - affectief, persoonlijk - contextueel en beknopt - bloemrijk. In dit onderzoek staat deze laatste dimensie centraal. In een experiment werd de aantrekkelijkheid en overtuigingskracht van een beknopte én een bloemrijke versie van dezelfde fondswervingsbrief onderzocht in vijf verschillende landen (België, Duitsland, Frankrijk, Nederland en Spanje). De resultaten laten zien dat de respondenten in de verschillende landen wel het stijlverschil opmerken maar dat dit verschil niet leidt tot een verschil in overtuigingskracht van en waardering voor de brief.

Key Words:
De oratie waarmee Hans Hoeken op 25 februari 2005 aan de Radboud Universiteit Nijmegen het ambt van hoogleraar Bedrijfscommunicatie aanvaardde, gaat in op de vraag hoe de inhoud en de vorm van taal het overtuigingsproces kan beďnvloeden. Hoeken betoogt dat de combinatie van geesteswetenschappelijke theorievorming, met name op het gebied van de pragmatiek, retorica en argumentatietheorie in combinatie met sociaal-wetenschappelijke onderzoeksmethoden een vruchtbare combinatie vormt voor het onderzoek naar de invloed van taal op het overtuigingsproces.

Key Words:
De oratie waarmee Hans Hoeken op 25 februari 2005 aan de Radboud Universiteit Nijmegen het ambt van hoogleraar Bedrijfscommunicatie aanvaardde, gaat in op de vraag hoe de inhoud en de vorm van taal het overtuigingsproces kan beďnvloeden. Hoeken betoogt dat de combinatie van geesteswetenschappelijke theorievorming, met name op het gebied van de pragmatiek, retorica en argumentatietheorie in combinatie met sociaal-wetenschappelijke onderzoeksmethoden een vruchtbare combinatie vormt voor het onderzoek naar de invloed van taal op het overtuigingsproces.

Key Words:
Zowel ‘Heerlijk Helder Heineken’ als ‘Het was Häagen-Dazs op het eerste gezicht’ bevatten een retorische vorm. De eerste bevat een schema, een versiering van de boodschap door de herhaling van de ‘H’. De tweede bevat een troop, een impliciete verpakking van de boodschap door de vervanging van ‘liefde’ door ‘Häagen-Dazs’. Vrijwel nooit zijn retorische vormen (schema’s en tropen, in tekst en beeld) in combinatie onderzocht. Bovendien ontbreekt in onderzoek naar retorische vormen een factor die mogelijk van invloed is op de waardering voor retorische vormen: complexiteit. Uit een retorische-vormanalyse blijken alle mogelijke combinaties van retorische vormen voor te komen. Verder is opvallend dat schema’s in zowel tekst als beeld veel minder vaak voorkomen dan tropen in tekst en beeld. Daarnaast blijkt uit een complexiteitsbeoordeling van hetzelfde corpus dat retorische vormen in beeld complexer gevonden worden dan niet-retorische vormen en dat tropen complexer gevonden worden dan schema’s. Voor tekst worden echter geen verschillen gevonden.

Key Words:
Standpunten over de waarschijnlijkheid dat een bepaald gevolg zal optreden, kunnen met behulp van anekdotische, statistische, causale of autoriteitsevidentie worden onderbouwd. In dit onderzoek stond de vraag centraal of die verschillende vormen even effectief zijn. Daartoe beoordeelden 160 proefpersonen de aannemelijkheid van 20 verschillende standpunten waarvoor of geen evidentie, of één van de vier evidentievormen werd aangevoerd. De resultaten laten zien dat anekdotische evidentie minder effectief is dan de andere drie evidentievormen. Mogelijk is deze lagere overtuigingskracht het gevolg van het type standpunt dat wordt verdedigd.

Key Words:
Volgens dual-process modellen kunnen mensen hun oordeel baseren op een zorgvuldige afweging van argumenten maar ook op vuistregels. In het kader van fondswerving lijkt de eigenschuldvuistregel een relevante heuristiek. Volgens deze heuristiek zijn we niet bereid iemand te helpen als die in onze ogen zelf schuld draagt voor zijn of haar problemen. Fondswervingsorganisaties vragen financiële steun voor een hele groep patiënten. In dat geval speelt het stereotype beeld dat men heeft over de schuldvraag van deze groep een belangrijke rol. In dit experiment wordt onderzocht in hoeverre het gebruik van een verhalend voorbeeld de perceptie van de schuldvraag van een patiëntengroep beďnvloedt en daarmee ook de bereidheid om geld te geven aan de fondswervende organisatie. Aannemelijk wordt gemaakt dat het verhalend voorbeeld inderdaad de perceptie van schuld beďnvloedt, maar dat deze invloed alleen bij de minder ernstige aandoeningen resulteert in een grotere bereidheid om geld te geven.

Key Words:
In de adviesliteratuur over, en het onderzoek naar het ontwerp van persuasieve teksten wordt stilzwijgend voorbij gegaan aan de mogelijke invloed van cultuurverschillen. Die verschillen manifesteren zich onder andere in het uiteenlopende relatieve belang dat aan sommige waarden wordt gehecht in verschillende culturen.Waarden spelen een belangrijke rol in het overtuigingsproces en het ligt daarom voor de hand dat cultuurverschillen merkbaar zijn in dat proces. Een overzicht van het corpus-analytisch en experimenteel onderzoek naar cultuurverschillen in tijdschriftadvertenties laat zien dat reclamemakers inderdaad verschillen in hun intuďties over welke ontwerpkeuzes overtuigend zijn in hun cultuur en dat leden uit verschillende culturen inderdaad verschillend reageren op bepaalde ontwerpkeuzes.

Key Words:
Complete listing (141)
English publications (60)
Dutch publications (81)
Filter (disabled)

Dutch publications

Timmers, R., Šorm, E., Schellens, P. J., & Hoeken, H. (2008). De redelijkheid en overtuigingskracht van normatief sterke en normatief zwakke argumenten. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 30, 117-132.

Rijt, R. van der, Kardol, T., & Hoeken, H. (2008). Het strategisch karakter van maatschappelijk verantwoord ondernemen: de rol van communicatie. Merk & Reputatie, 14 (3), 44-45.

De Graaf, A., Sanders, J., Beentjes, H., & Hoeken, H. (2007). De rol van identificatie in narratieve overtuiging. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 29, 237-250.

Rijt, R. van der, Kardol, T., & Hoeken, H. (2007). Communicatie over corporate social responsibility: een marketinginstrument. Ad Rem, 21 (5), 11-12.

Enschot, R. van, Hoeken, H., & Mulken, M. van (2006). Retoriek in reclame. Waardering voor verbo-picturale retorische vormen. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 28, 142-158.

Hoeken, H., Hendriks, B., & Schellens, P. J. (Red.) (2006). Studies in Taalbeheersing 2. Assen: Van Gorcum.

Hoeken, H., & Hustinx, L. (2006). De relatieve overtuigingskracht van anekdotische en statistische evidentie: Welke rol speelt het argumenttype? In H. Hoeken, B. Hendriks, & P. J. Schellens (Red.), Studies in Taalbeheersing 2 (pp. 98-107). Assen: Van Gorcum.

Hustinx, L., Enschot, R. van, & Hoeken, H. (2006). Argumentkwaliteit en overtuigingskracht in het Elaboration Likelihood Model. Welke dimensies spelen een rol? Tijdschrift voor Taalbeheersing, 28, 39-52.

Mulken, M. van, Enschot, R. van, & Hoeken, H. (2006). Impliciet, implicieter, implicietst: Het effect van de mate van implicietheid op de waardering voor tijdschriftadvertenties. Tijdschrift voor Communicatiewetenschap, 34, 368-379.

Hendriks, B., Starren, M., Hoeken, H., Brandt, C. van den, Nederstigt, U., & Pair, R. le (2005). Stijl, cultuur en overtuigingskracht. De invloed van culturele stijlverschillen op de overtuigingskracht van een fondswervingsbrief. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 27, 230-244.

Hoeken, H. (2005). Argumentkwaliteit en mentale modellen. In J. Schilperoord & C. van Wijk (Red.), Terugkijken en vooruitblikken op Leo Noordmans paden door de tekstwetenschap (pp. 55-68). Faculteit der Letteren.

Hoeken, H. (2005). Overtuigende taal. (oratie) Nijmegen: Radboud Universiteit Nijmegen.

Hoeken, H. (2005). Overtuigende taal. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 27, 139-150.

Hornikx, J., & Hoeken, H. (2005). Is expertevidentie overtuigender in Frankrijk dan in Nederland? Tijdschrift voor Taalbeheersing, 27, 42-57.

Hoeken, H. (2005). Overtuigende reclametaal. De waardering van retorische vormen in advertenties. Onze Taal, 74, 132-134.

Hoeken, H., & Hustinx, L. (2005). “Want Marc heeft Aids” Hoe werken bedelbrieven? Onze Taal, 74, 200-202.

Hoeken, H., Spooren, W., & Schellens, P. J. (2004). Taalbeheersing en externe communicatie. Ter inleiding. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 26 (3), 161-163.

Verstegen, D., & Hoeken, H. (2004). Verschillen in inhoud en vorm van speelgoedcommercials gericht op meisjes, jongens en beide seksen. Tijdschrift voor Communicatiewetenschap, 32 (1), 60-78.

Hoeken, H., Spooren, W., & Schellens, P. J. (Red.) (2004). Themanummer Taalbeheersing en externe communicatie. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 26 (3), 161-240.

Van Enschot, R., Hoeken, H., Van Mulken, M. (2004). Retorische vormen in tijdschrift-advertenties. Een corpusanalytisch onderzoek naar de relatie tussen retorische vormen en complexiteit. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 26 (3), 164-181.

Hoeken, H. (2004). Overtuigend schrijven. In C. Jansen, M. Steehouder & M. Gijsen (Red.). Professioneel communiceren. Taal- en communicatiegids (pp. 521-524). Groningen/Houten: Martinus Nijhoff.

Hoeken, H., & Geurts, D. (2003). De invloed van voorbeeldgeschiedenissen in fear appeals op de perceptie van de eigen-effectiviteit en de acceptatie van de boodschap. Tydskrif vir Nederlands en Afrikaans, 9, .

Hoeken, H., & Hustinx, L. (2003b). De invloed van de voorbeeldgeschiedenis in een fondswervingbrief op de toepassing van de eigen-schuldvuistregel in Nederland en Vlaanderen. In L. van Waes et al. (Red.), Studies in Taalbeheersing 1 (pp. 194-205). Assen: van Gorcum.

Mulken, M. van, Enschot – van Dijk, R., van, Hoeken, H. (2003). Woordspeling en waardering. De waardering voor verschillende typen woordspelingen in advertentieslogans. Studies in Taalbeheersing 1 (pp. 343-354). Assen: van Gorcum.

Hoeken, H. (2003). Websites en marketingcommunicatie. Tekst[blad], 9 (3), 65-70.

Hoeken, H. (2002). Het effect van de probleem-oplossingsstructuur op de aandacht voor en de overtuigingskracht van persuasieve teksten. In F. van Eemeren, P. van den Hoven, C. Jansen, & P. J. Schellens (Red.), Tussenstand. 25 jaar Tijdschrift voor Taalbeheersing (pp. 67-84). Assen: Van Gorcum.

Hoeken, H., & Hustinx, L. (2002). De relatieve overtuigingskracht van anekdotische, statistische, causale en autoriteitsevidentie. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 24 (3), 226-236.

Hoeken, H., & Kuijpers, N. (2002). Kunst omdat het moet? De functie van kunstcollecties voor de corporate communicatie van bedrijven. In C. van den Brandt & M. van Mulken (Red.), Bedrijfscommunicatie II. Een bundel voor Dick Springorum ter gelegenheid van zijn afscheid (pp. 107-116). Nijmegen: Nijmegen University Press.

Hoeken, H. (2002). Tekst, taal en (internationale) overtuigende teksten. Tekst[blad], 8 (3), 64-70.

Brandt, C. van den, Domínguez, N., & Hoeken, H. (2001). De relatieve overtuigingskracht van waarde-appčls in Nederlandse en Spaanse advertenties. Spelen cultuurverschillen een rol? Toegepaste Taalwetenschap in Artikelen, 66, 101-112.

Hoeken, H. (2001). Logos, ethos en pathos in sociaal-wetenschappelijk onderzoek. Lampas, 34, 424-439.

Hoeken, H., & Korzilius, H. (2001). Enkele problemen bij experimenteel onderzoek naar de relevantie van cultuurverschillen voor tekstontwerp. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 23, 339-353.

Hoeken, H. (2001). Klassieke retorica en moderne reclame. Tekst[blad], 7 (1), 65-67.

Hoeken, H. (2001). En nu met gevoel… De rol van emoties in het overtuigingsproces. Tekst[blad], 7 (2), 65-67.

Hoeken, H. (2001). Effectief adverteren: argumenteren of amuseren? Tekst[blad], 7 (3), 67-67.

Hoeken, H. (2001). De anekdote als vertekening en vaccin. Tekst[blad], 7 (4), 63-65.

Renkema, J., Vallen, E., & Hoeken, H. (2001). Tuinapparatuur of garden equipment? Verschillen in betekenisnuance tussen Nederlandse en Engelse termen. Onze Taal, 70, 257-259.

Hoeken, H. (2000). Expliciete en impliciete indicatoren van argumentatie-schema’s: de invloed op het stellen van de juiste kritische vragen en de perceptie van argumentkracht. In R. Neutelings, N. Ummelen, & A. Maes (Red.), Over de grenzen van de taalbeheersing. Taal, tekst en communicatie (pp. 57-68). Den Haag: SDU.

Hoeken, H. (2000). Wanneer behoeven preferenties inferenties? In W. Spooren, T. Sanders, & C. van Wijk (Red.), Samenhang in diversiteit. Opstellen voor Leo Noordman (pp. 91-98). Tilburg: Faculteit der Letteren, KU Brabant.

Hoeken, H., Schellens, P. J., & Maes, A. (Red.) (2000). Themanummer: Het ontwerp van persuasieve teksten. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 22 (4).

Hoeken, H., Schellens, P. J., & Maes, A. (2000). Het ontwerp van persuasieve teksten. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 22, 285-287.

Hustinx, L., & Hoeken, H. (2000). De eigen-schuldvuistregel en ernst van de aandoening bij fondswerving. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 22, 309-323.

Pair, R. le, Crijns, R., & Hoeken, H. (2000). Het belang van cultuurverschillen voor het ontwerp van persuasieve teksten. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 22, 358-372.

Hoeken, H. (2000). Tekstkenmerken en overtuigingskracht. Het belang van meta-analyses. Tekst[blad], 6 (1), 25-27.

Hoeken, H. (2000). ‘Wat ging er door u heen?’ De rol van ervaringsverwerken bij reclame. Tekst[blad], 6 (1), 52-54.

Hoeken, H. (2000). Interculturele bedrijfs- en marketingcommunicatie. Tekst[blad], 6 (2), 62-64.

Hoeken, H. (2000). Reclame en cultuurverschillen. Tekst[blad], 6 (3), 61-63.

Hustinx, L., & Hoeken, H. (2000). Het goede doel en het juiste gezicht. Ad Rem, 13 (5),

Hoeken, H. (1999). De ‘eigen schuld’-vuistregel om fondswervingsbrieven van het Aids Fonds. Tijdschrift voor Communicatiewetenschap, 27, 109-120.

Hoeken, H. (1999). Emoties en overtuigen: de rol van humor en angst. Tekst[blad], 5 (1), 64-65.

Hoeken, H. (1999). Interculturele communicatie: cultuurverschillen in het overtuigingsproces. Tekst[blad], 5 (2), 63-65.

Hoeken, H. (1999). De invloed van reclame op productaanschaf en productervaring. Tekst[blad], 5 (3), 52-53.

Hoeken, H. (1998). Het ontwerp van overtuigende teksten. Wat onderzoek leert over effectieve reclame en voorlichting. Bussum: Coutinho.

Hoeken, H., Hoenen, S., & Renkema, J. (1998). Heeft rectificatie zin? De gevolgen van rectificatie voor het imago van de betrokkenen. Communicatie. Tijdschrift voor communicatiewetenschap en mediacultuur, 27 (2), 2-16.

Hoeken, H. (1998). De butler heeft het gedaan. Onze Taal, 67, 6-7.

Wijk, C. H. van, & Hoeken, H. (1998). Verlokkend gejok. Getuigenissen in reclame. Onze Taal, 67, 254-256.

Hoeken, H. (1997). Een model voor de rol van argumenten in het overtuigingsproces. In H. van den Bergh, D. Janssen, N. Bertens & M. Damen (Red.), Taalgebruik ontsluierd (pp. 55-65). Dordrecht: Foris.

Hoeken, H., & Renkema, J. (1997). Negatief in het nieuws: Een experimenteel onderzoek naar de invloed van negatieve publiciteit op het bedrijfsimago. Tijdschrift voor Communicatiewetenschap, 25, 98-115.

Hoeken, H., & Spooren, W. (1997). Determinanten van interesse: Welke teksten worden waarom gelezen? In H. van den Bergh, D. Janssen, N. Bertens & M. Damen (Red.), Taalgebruik ontsluierd (pp. 439-448). Dordrecht: Foris.

Hoeken, H., & Westbeek, M. (1997). Het persbericht en de journalist: De invloed van adjectieven op de bewerking van persberichten en de waardering voor de nieuwsbron. Tijdschrift voor Communicatiewetenschap, 25, 1-16.

Hoeken, H., & Wijk, C. van (1997a). Het effect van het opvoeren van een personage op de geloofwaardigheid en overtuigingskracht van een advertentie. Taalbeheersing, 19, 15-31.

Hoeken, H., & Wijk, C. van (1997b). De overtuigingskracht van anekdotische en statistische evidentie. Taalbeheersing, 19, 338-357.

Hoeken, H. (1997). Het perspectief en de voorlichter. Tekst[blad], 3 (1), 21-24.

Hoeken, H., & Renkema, J. (1997). Waar rook is, is ook vuur. Communicatie, 3 (2), 30-31.

Maes, A. A., Ummelen, N., & Hoeken, H. (1997). Het ontwerpen van handleidingen. Handboek Effectief Opleiden (14/11, 4.9, 6.01-6.14). Den Haag: Delwel.

Hoeken, H. (1997). Het kwartje van De Cocq. Onze Taal, 66, 257.

Hoeken, H. (1996b). Het effect van de probleem-oplossingsstructuur op de aandacht voor en de overtuigingskracht van persuasieve teksten. Taalbeheersing, 18, 29-47.

Maes, A. A., Ummelen, N., & Hoeken, H. (1996). Instructieve teksten: Analyse, ontwerp en evaluatie. Bussum: Coutinho.

Hoeken, H., & Vliet, M. van (1995). Spanning, nieuwsgierigheid en verrassing. Cognitieve en affectieve effecten van verhaalstructuren bij het lezen van spannende verhalen. Gramma/TTT, 4, 71-84.

Wijnen, W., & Hoeken, H. (1995). Nieuwsgierigheid en interesse. De invloed van titel en tekststructuur op aandacht en waardering voor verstrooiende teksten. Massacommunicatie, 23, 223-239.

Hoeken, H. (1995). Uren met Ton van der Geest. Een bespreking van Ton van der Geest, Over letterenonderzoek. De methodologie van het Neerlandistisch onderzoek in het bijzonder de methodologie van de taalbeheersing. Spiegel, 13, 71-76.

Hoeken, H. (1994b). Kritische en oppervlakkige lezers van een reisbeschrijving: de overtuigingskracht van verschillende adjectieftypen. In A. A. Maes, P. van Hauwermeiren & L. van Waes (Eds.), Nieuwe perspectieven in taalbeheersingsonderzoek (pp. 86-97). Dordrecht: ICG.

Hoeken, H., & Goor, P. (1994). Lezen als exploratief gedrag. In A. A. Maes, P. van Hauwermeiren & L. van Waes (Eds.), Nieuwe perspectieven in taalbeheersingsonderzoek (pp. 75-85). Dordrecht: ICG.

Mangnus, J., Hoeken, H., & Driel, H. van (1994). De schaar van Wember en ondertiteling. Communicatie. Tijdschrift voor Massamedia en Cultuur, 24 (2), 1-11.

Spooren, W., Hoeken, H., & Sanders, T. (1994). Tekstverwerking als functie van tekststructuur en tekstinteressantheid. In A. A. Maes, L. van Waes & P. van Hauwermeiren (Eds.), Nieuwe perspectieven in taalbeheersing (pp. 98-108). Dordrecht: Foris.

Hoeken, H. (1994). Een bespreking van P. Slot (1993). How can you say that? Rhetorical questions in argumentative texts. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 16, 140-145.

Hoeken, H., Spooren, W., Beijers, G., & Wijk, C. van (1993). Massacommunicatie op etiketteksten. Massacommunicatie, 21, 289-307.

Hoeken, H. (1992). Tekstontwerp: de psychologie achter effectieve zakelijke teksten. Gramma/TTT, 1, 95-110.

Hoeken, H., & Anderiesse, R. (1992). Het effect van de positie van retorische vragen op de overtuigingskracht van een persuasieve tekst. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 14, 257-269.

Hoeken, H., & Wijk, C. van (1992). Tekstkenmerken en persuasief effect. In D. O. Cox, M. van Houten, & T. Rolle (Eds.), Voorlichtingskunde: Ontwikkelingen in theorie en praktijk (pp. 93-100). Assen/Maastricht: Van Gorcum.

Hoeken, H., & Poulssen, A. (1991). Aantrekkelijk taalgebruik in voorlichtingsteksten: het effect op waardering, begrip en beďnvloeding. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 13, 213-224.